Veelgestelde vragen

Een Burgerparlement? Is dat geen praatbarak? Heeft dat ooit gewerkt? En wie gaat dat betalen? Je zit ongetwijfeld met erg veel vragen. Hier proberen we ze allemaal voor je te beantwoorden, klaar en duidelijk.

politiek

noodtoestand

praktisch

democratie

organisatie

parlement

loting

Staat jouw vraag er niet tussen? Stuur ons een mailtje, we zijn benieuwd!

Ontdoet een Burgerparlement het politieke debat niet van haar ideologische dimensie?

Pleiten voor een bewoonbare leefomgeving is niet rechts of links. De keuze voor welke maatregelen precies nodig zijn om dat doel te bereiken, daar kunnen ideologische voorkeuren wél een rol spelen. Als je een groep samenstelt met gelote burgers die rekening houdend met verschillende demografische criteria representatief is voor de diversiteit van de totale bevolking, dan zijn die verschillende voorkeuren aanwezig aan de gesprekstafel. Wel blijkt uit veel eerdere initiatieven dat wanneer deze burgers kennismaken met de belangen en perspectieven van anderen, ze diplomatischer worden en minder ideologievast. Het overstijgen van de alomtegenwoordige politieke polarisering zorgt voor efficiëntere en meer gedragen besluitvorming, zeker wanneer het controversiële onderwerpen betreft. De Franse Convention Citoyenne pour le Climat toont wel aan dat nadat de burgers hun lijst met voorstellen voorleggen aan politici, het politieke spel niet gespeeld is. De Franse president Emmanuel Macron beweerde eerst de overgrote meerderheid van de voorstellen van de Convention uit te voeren, maar een aantal maanden later blijft van die belofte niet veel overeind, door actieve lobbying en politieke tegenkanting. De rol van politici en het brede middenveld blijft daarom van groot belang na een deliberatief proces. Een laatste punt: laat ons de grote economische belangen van een hele kleine minderheid ook niet verwarren met ideologische meningsverschillen. Ideologie wordt vaak misbruikt als rookgordijn om de belangen van een kleine minderheid te beschermen.

Politici gaan dit voorstel toch nooit aanvaarden want ze geven er macht mee op?

Scherpe vraag. Inderdaad: mochten politici enkel iets te verliezen hebben bij dit idee, dan zouden we het direct mogen klasseren als politiek onhaalbaar. En hoe goed of noodzakelijk een idee ook mag zijn, als het politiek onhaalbaar is dan sterft het een stille dood. Gelukkig tonen voorbeelden (zoals het Ierse Burgerparlement rond abortus) aan dat deze vorm van burgerdemocratie politici eerder ‘empowert’ dan verzwakt. Het stelt hen net in staat om tot forser milieubeleid te komen. Heel wat onder hen zijn bovendien zelf ontevreden over het verlammende institutionele systeem waar ze deel van uitmaken.

Waarom gaan jullie zelf niet in de politiek?

Zijn er al niet genoeg partijen? Wij zijn bezorgde burgers die vaststellen dat verschillende bestaande politieke middelen blijkbaar niet volstaan om tot beleid te komen dat de wetenschappelijke consensus omtrent de ecologische crisis ernstig neemt. Verkiezingen leiden tot aanslepende regeringsonderhandelingen. Betogingen en schoolstakingen brengen niet de nodige verandering. Een Burgerparlement, waar iedereen - jong en oud, praktisch en theoretisch opgeleid - aan kan deelnemen, kan een manier zijn om de nodige stappen voorwaarts te zetten. Cruciaal is dat de leden ervan niet herverkozen moeten worden en dus gemakkelijker op de lange termijn durven denken. Ze zijn heel wat minder vatbaar voor lobbying. En ze hoeven het voor het oog van de camera niet voortdurend met elkaar oneens te zijn; ze kunnen naar elkaar luisteren en samenwerken!

Hebben jullie geen al te naïeve opvattingen over de werking van macht?

Het is duidelijk dat bij het nadenken over maatregelen in het licht van de ecologische crisis, de grote economische belangen van een hele kleine minderheid van de bevolking op het spel staan. Dat die hele kleine minderheid een grote macht heeft, lijkt de nasleep de Franse Convention Citoyenne pour le Climat aan te tonen. Aanvankelijk beweerde de Franse president Emmanuel Macron de overgrote meerderheid van de voorstellen van de Convention uit te voeren, maar een aantal maanden later blijft van die belofte niet veel overeind, door actieve lobbying en politieke tegenkanting. De leden van de Convention vormden daarom de drukkingsgroep Les 150. Zij hadden in december 2020 een onderhoud met de president na een petitie waarmee meer dan 400.000 burgers hun verontwaardiging uitdrukten over de gang van zaken. De rol van politici en het brede middenveld blijft daarom van groot belang na een deliberatief proces. Wij geloven dat het moeilijker is voor een hele kleine minderheid van belanghebbenden om te lobbyen bij een groep van 101 gelote burgers dan bij verkozen politici. Het is ook minder gemakkelijk om de voorstellen van die groep burgers, representatief voor de totale bevolking, af te schieten dan de voorstellen van één enkele politieke partij. Ideologische meningsverschillen worden vaak misbruikt als rookgordijn om de belangen van een kleine minderheid te beschermen. Vanuit machtspolitiek oogpunt bekeken lijkt een Burgerparlement ons daarom waardevolle zet. Het kan vastgelopen maatschappelijke debatten deblokkeren. Is het geloof in de politieke business as usual trouwens niet door en door naïef, gezien enorme uitdagingen waar de ecologische crisis ons voor plaatst?

Zitten bevoegdheden rond de ecologische crisis niet vooral op Europees niveau?

Eén van de belangrijkste begrippen om na te denken over goed bestuur is ‘subsidiariteit’: welk niveau heeft nood aan welk beleid en vice versa? In België leidt de veelgelaagdheid van het bestuur, opgedeeld in onder meer een federale Staat, gemeenschappen en gewesten, soms tot politiek vingerwijzen en het doorschuiven van taken en verantwoordelijkheden. De urgentie van de ecologische crisis dwingt (een ‘dwang’ vergelijkbaar met die van de coronacrisis) ons land echter tot coherent beleid en samenwerking. Daar wees een kritische Europese Commissie ons recent trouwens nog op wanneer ze het Belgische klimaatplan evalueerde. In het geval van de ecologische noodtoestand ontvouwt de vraag van de subsidiariteit zich op een bijzonder complexe manier, gezien het ‘glokale’ (globale én lokale) karakter ervan. Heel wat beleidsinstrumenten om deze crisis te lijf te gaan bevinden zich eerder op het niveau van de Europese Unie dan op dat van het kleine België. Hoewel er voorstellen worden ontwikkeld voor een Europees burgerparlement, lijkt het ons toch belangrijk om ook in België de nodige stappen te zetten op bestuurlijk vlak, niet met muizenpootjes maar met zevenmijlslaarzen. Politieke vertegenwoordigers op verschillende niveaus kunnen het zich niet meer permitteren om op elkaar wachten. Overal zou het alle hens aan dek moeten zijn.

Gaan we niet beter de straat op om te betogen?

De verschillende bestaande politieke middelen volstaan blijkbaar niet om tot beleid te komen dat de wetenschappelijke consensus omtrent de ecologische crisis ernstig neemt. Verkiezingen leiden tot aanslepende regeringsonderhandelingen. Betogingen en schoolstakingen brengen niet de nodige verandering. Een Burgerparlement, waar iedereen - jong en oud, praktisch en theoretisch opgeleid - aan kan deelnemen, kan een manier zijn om de nodige stappen voorwaarts te zetten.

Wat een klein landje als België doet maakt toch niks uit?

We geloven van wel. Natuurlijk is de ecologische crisis een globaal probleem en bevinden heel wat beleidsinstrumenten om deze crisis te lijf te gaan zich eerder op het niveau van de Europese Unie dan op dat van België. Hoewel er volop voorstellen worden ontwikkeld voor een Europees Burgerparlement, lijkt het ons toch belangrijk om ook in België de nodige stappen te zetten op bestuurlijk vlak, niet met muizenpootjes maar met zevenmijlslaarzen. Politieke vertegenwoordigers op verschillende niveaus kunnen het zich niet meer permitteren om op elkaar wachten. Overal zou het alle hens aan dek moeten zijn. Bovendien is de impact van ons land, ondanks zijn kleine omvang, niet gering: België heeft de vijfde grootste ecologische voetafdruk ter wereld.

We hebben toch al een nationaal energie- en klimaatplan?

Klopt. Na lang onderhandelen leverde België net op de valreep haar Nationaal Energie- en Klimaatplan in bij de Europese Commissie. Dit is de bundeling van de afzonderlijke plannen van de drie gewesten. Samen wordt gemikt op een reductie van de CO2 uitstoot van 35% t.o.v. 1990. Nu, nog geen twee jaar het indienen van dat plan, heeft Europa de lat echter heel wat hoger gelegd: op 55%. Het laaghangend fruit is al geplukt. En op twee jaar tijd zijn de perspectieven niet verbeterd, integendeel. Onze nieuwe regering belooft vast te houden aan de kernuitstap, hetgeen gecompenseerd wordt met vijf splinternieuwe gascentrales die 25 Megaton extra CO2 uitstoten. Het zal dus een moeilijke puzzel worden, waar de regering harde keuzes zal moeten maken. Liever met burgers mee aan tafel… Ten slotte behandelt dit plan enkel energie en CO2-uitstoot, terwijl het andere ecologische domeinen negeert: biodiversiteitsverlies, verontreiniging,...

Voelt de brede bevolking wel voldoende urgentie om dit voorstel te steunen?

Doorwinterde klimaatnegationisten lijken ons een zeer kleine minderheid te zijn in België. Toch is het zo dat een groot deel van de bevolking niet de volle ernst van de ecologische crisis inziet, noch de snelheid waarmee ze zich ontvouwt. Onder wetenschappers leeft nochtans de consensus: de bewoonbaarheid van onze planeet staat op het spel. Een belangrijke reden voor het gebrek aan urgentie heeft te maken met informatieverstrekking. Een krant als de Britse The Guardian publiceerde het voorbije jaar 3000 artikels rond milieu en klimaat. In de kleine Belgische markt hebben nieuwsmedia sterk af te rekenen met commerciële druk. Publiceren over een crisis die hypercomplex is, overweldigend en soms ook wat saai en technisch, is vanuit dat oogpunt steeds een risico. Trump versus Biden leest nu eenmaal vlotter en verkoopt beter. Vaak hebben de redacties van kranten, tijdschriften en journaals door hun geslonken budgetten ook niet de kennis in huis om werkelijk over de ecologische crisis te kunnen berichten, op enkele uitzonderingen na. Het gaat bovendien niet louter over een bijzonder complexe en abstracte waarheid, die nog niet volop zichtbaar is in onze dagdagelijkse levens; het is ook nog eens een weinig opbeurende boodschap. Toch moeten we die, beter vroeger dan later, als samenleving onder ogen durven zien. Het schrijnende gebrek in België aan gedegen informatieverstrekking rond de brede milieucrisis, hopen we op te vangen met integrale televisie-uitzendingen door de VRT en de RTBF van het informatieve luik van het deliberatieve proces van het Burgerparlement. Zo heeft elke Belgische burger de kans om zich goed te informeren.

Waarom hebben jullie het over de ‘ecologische crisis’? Jullie bedoelen ‘klimaat’, toch?

Neen. Spijtig genoeg kunnen we het perspectief niet beperken tot de klimaatopwarming. Er zijn meerdere planetaire grenzen, die we al overschrijden of dreigen te overschrijden, met de diepgaande ontregeling van levensondersteunende ecosystemen tot gevolg. Het gaat om de volgende aspecten: (1) de opwarming van de aarde, (2) het verlies van de biodiversiteit, (3) de stikstof- en fosforkringloop, (4) het gat in de ozonlaag, (5) oceaanverzuring, (6) waterschaarste, (7) landgebruik, (8) chemische verontreiniging, (9) aerosolen in de atmosfeer.) Elk 21e-eeuws politiek bestuur die naam waardig dient deze grenzen ernstig te nemen.

Waarom behandelt het Burgerparlement slechts één enkel thema, dat van de ecologische crisis?

De ecologische crisis is niet 'één enkel thema'; de grootste uitdaging waar de mensheid voor staat heeft impact op alle maatschappelijke domeinen. Een Burgerparlement zou zich dan ook buigen over de volgende thematische velden, die elke burger gemakkelijk kan verbinden met zijn of haar dagdagelijkse leven: (1) voedselvoorziening, landbouw en natuurbeheer, (2) arbeid, (3) huisvesting en ruimtelijke ordening, (4) mobiliteit en transport, (5) productie en grondstoffengebruik, (6) consumptie, (7) energie en (8) financiën. Sommige problemen en sommige mogelijke oplossingen spelen zich af op verschillende thematische velden tegelijk. Om die reden stellen wij voor om in de eerste sessie van het Burgerparlement een training in systeemdenken op te nemen (zo’n training kan op een heel praktische manier). Ook wordt erop toegezien dat burgers doorheen het deliberatieve proces geregeld wisselen van thematische groepen - zo kunnen gemakkelijker de nodige inhoudelijke dwarsverbanden ontstaan. De crisis is door en door ‘ecologisch’ (alles staat op een complexe manier in verband met alles); ook het antwoord erop zal dat moeten zijn.

Overdrijven jullie niet met die ecologische noodtoestand?

Oh, was het maar waar! De wetenschappelijke consensus is spijtig genoeg ronduit alarmerend. Te weinig burgers (en politici) kennen het verschil tussen 1,5 of 2°C opwarming. Wie leest immers lange wetenschappelijke rapporten? Een verschil van een halve graad lijkt miniem maar brengt meer zeespiegelstijging, overstromingen, branden, droogte, woestijnvorming, hittesterfte, water- en hongersnood teweeg. Met een enorme impact op de volksgezondheid, economie, geopolitiek, migratie,… Naast de klimaatopwarming is er ook verontreiniging, een catastrofaal biodiversiteitsverlies, de verzuring van onze oceanen,… De ecologische crisis is trouwens geen verre dreiging. Op vele plekken ter wereld wordt de leefomgeving van mensen al vernield. Ons land bleef tot nu toe gespaard van de ernstigste gevolgen. Toch dreigen ook hier oogsten te mislukken door een gebrek aan water en bestuivende insecten. De stijgende zeespiegel bedreigt onze kuststeden. Velen van ons zullen sterven als gevolg van hittegolven en vervuilde lucht. Dat kan alarmistisch klinken, maar de situatie is ronduit alarmerend. Lees er zelf maar de rapporten van het IPCC (rond klimaat) en IPBES (rond biodiversiteit) op na.

Wat met deelnemers die het proces van het Burgerparlement verstoren?

Uiteraard moet er plaats zijn voor afwijkende meningen in een Burgerparlement. Wel zijn er facilitatoren aanwezig die ervoor zorgen dat individueel gedrag niet het hele collectieve proces hypothekeert. De leden krijgen bij aanvang ook een training in het leren spreken én luisteren in groep.

Ik moet werken. Dan kan ik toch niet meedoen?

Toch wel. Elk lid krijgt dagvergoedingen (ook voor het nodige voorbereidende werk), transportvergoedingen en accommodatie. Ook zorgtaken kunnen mensen beletten om tijd vrij te maken voor de activiteiten van het Burgerparlement. Daarom wordt er voorzien in kinderopvang, hulp bij ouderenzorg, zorg voor familieleden met een beperking,… Werkenden krijgen een burgerparlementsverlof, gefinancierd door de overheid. Waar nodig (neem bvb leerkrachten) wordt vervanging mee gefaciliteerd.

Zijn die kwesties niet te moeilijk voor de man in de straat?

Dat de ecologische crisis een ingewikkeld onderwerp is, zal niemand ontkennen. Maar dat is geen reden om het uit de weg te gaan. Het is net daarom belangrijk om burgers er goed over in te lichten, via de nieuwsmedia en het onderwijs. De leden van een Burgerparlement worden aan het begin van hun werkzaamheden grondig geïnformeerd door een brede waaier experten. Enkel zo kunnen ze onderbouwde beleidsvoorstellen doen. Die informatieverstrekking gebeurt uiteraard op een zo toegankelijk mogelijke manier. Het schrijnende gebrek in België aan gedegen informatieverstrekking rond de brede milieucrisis, hopen we op te vangen met integrale televisie-uitzendingen door de VRT en de RTBF van het informatieve luik van het deliberatieve proces van het Burgerparlement. Zo heeft elke Belgische burger de kans om zich goed te informeren. Het is van het allergrootste belang dat iedereen participeert aan dit debat, zowel praktisch als theoretisch opgeleiden. Het is ook goed om voor ogen te houden dat politici ook vaak geen experten zijn in de beleidsdomeinen waarin ze werken. Ook zij laten zich (in het beste geval) goed informeren door anderen bij het uittekenen van beleid.

Zal het panel met experten enkel bestaan uit linkse academici?

Neen. Het is van het grootste belang om de leden van het Burgerparlement op een pluralistische manier te informeren. Het panel bestaat uit deskundigen, belang- en rechthebbenden (vertegenwoordigers van degenen wier belangen en/of rechten worden bedreigd of net positief kunnen worden beïnvloed door mogelijke maatregelen). Wel is het van belang om bij de samenstelling van het panel de wetenschappelijke consensus ivm de ecologische crisis in het oog te houden. Daarnaast is het nodig om heel verschillende, soms onderling tegenstrijdige stemmen aan het woord te laten. De experten zijn niet louter wetenschappers, ook ervaringsdeskundigen. Naast de milieuwetenschapper komt ook de boer aan het woord die al de gevolgen van de klimaatcrisis voelt. Tijdens de Franse Convention Citoyenne pour le Climat spraken klimaatwetenschappers, ecologen, juridische experts, journalisten, activisten, architecten, vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, de bouw-, landbouw- , energie-, transport- en mobiliteitssector, van ministeries, vakbonden, de ambtenarij, NGO’s, denktanken, etc.

Wat als leden van een Burgerparlement het bestaan van de ecologische crisis ontkennen?

Dat is goed mogelijk, al lijken doorwinterde klimaatnegationisten een minderheid te zijn in België. De ervaring met de Franse Convention Citoyenne pour le Climat leert bovendien dat burgers die zich daarvoor nauwelijks zorgen maakten om klimaat of milieu, dat wél deden na het horen van de wetenschappers die als experten kwamen spreken. De maatregelen die de 150 leden van de Convention - links én rechts georiënteerd - aan het eind van het proces voorstelden, gingen dan ook heel wat verder dan wat de gemiddelde politieke vertegenwoordiger vandaag op de agenda plaatst. Het schrijnende gebrek in België aan gedegen informatieverstrekking rond de brede milieucrisis, hopen we op te vangen met integrale televisie-uitzendingen door de VRT en de RTBF van het informatieve luik van het deliberatieve proces van het Burgerparlement. Zo heeft elke Belgische burger de kans om zich goed te informeren.

Wat als gelote burgers ook bepaalde belangen hebben?

Dat zal ongetwijfeld zo zijn, en daar is op zich niks mis mee. Het representatieve karakter van het Burgerparlement zorgt er wel voor dat er zeer veel verschillende belangen aanwezig zijn. En ook dat de belangen van grote maatschappelijke spelers minder impact hebben. Gelote burgers zijn minder vatbaar voor lobbying dan politici. Bovendien blijkt uit ervaring en onderzoek dat leden van een Burgerparlement, eenmaal ze geconfronteerd worden met de belangen van zoveel anderen, het eigenbelang relativeren en meer oog krijgen voor het algemene belang.

Wat als ik niet wil deelnemen?

Niemand is verplicht om deel te nemen. Ben je bij één van de willekeurig geselecteerde burgers maar zegt het je niks, heb je momenteel andere zorgen aan je hoofd of ben je tijdens de gevraagde periodes belet? Geen probleem. We pleiten er wel voor dat er alles aan gedaan wordt om het voor iederéén praktisch haalbaar te maken om deel te nemen: een billijke dagvergoeding, kinderopvang of andere bijstand voor naasten, transportvergoeding, goede begeleiding,... Ben je zeker dat je deze unieke kans zou willen laten liggen? Deelnemers aan het Franse Convention Citoyenne pour le Climat hadden er alvast geen spijt van!

Ik heb jonge kinderen. Dan kan ik toch niet meedoen?

Toch wel. Er zijn inderdaad belangrijke participatiedrempels. De financiële drempel wordt weggenomen met dagvergoedingen, transportvergoedingen en accommodatie. En er wordt voorzien in kinderopvang, hulp bij ouderenzorg, zorg voor familieleden met een beperking,… Waar nodig (neem bvb leerkrachten) wordt vervanging mee gefaciliteerd.

Waarom slechts een tijdelijk, éénmalig Burgerparlement?

Hele goede vraag. In de Oostkantons van ons land is er al een permanent burgerparticipatief orgaan, de ‘Burgerdialog’. Wij focussen onze campagne echter op een eenmalig initiatief. We willen het gerealiseerd zien en vrezen dat de vraag voor een permanenter orgaan politiek onhaalbaar zal zijn. Uiteraard zullen we alle problemen verbonden met de ecologische noodtoestand niet ‘oplossen’, zelfs al lopen de werkzaamheden van het Burgerparlement over een jaar. Toch geloven we dat er enorme stappen vooruit kunnen worden gezet. Ideeën rond een permanent institutioneel orgaan of een reeks thematisch gefocuste burgerparlementen zijn het onderzoeken zeker waard maar vallen buiten het bestek van deze campagne.

Is het geen praatbarak? Welke garantie is er dat de voorstellen uitgevoerd worden?

Goede vraag. In Frankrijk beloofde president Macron voor de start van de Convention Citoyenne pour le Climat (een nationaal burgerparlement rond klimaat) dat elk burgervoorstel (1) gerealiseerd zou worden per presidentieel decreet, ofwel (2) gestemd zou worden in het parlement, ofwel (3) in een referendum aan de bevolking zou worden voorgelegd. Politici komen beloftes natuurlijk niet altijd na, en dat blijkt ook in Frankrijk. De president beloofde aanvankelijk 146 van de 149 voorstellen uit te voeren, maar dat verwaterde al snel. De leden van de Convention vormden daarom de drukkingsgroep Les 150. Zij hadden in december 2020 een onderhoud met de president na een petitie waarmee meer dan 400.000 burgers hun verontwaardiging uitdrukten over de gang van zaken. De macht van een burgerparlement is ook in ons land relatief: de Belgische grondwet belet niet-verkozen (maar gelote) burgers echter om wetgevende macht uit te oefenen. Toch stellen wij meer voor dan een louter raadgevend orgaan. Het Burgerparlement heeft impact doordat elk van zijn beleidsvoorstellen door de bevoegde regering(en) wordt geïmplementeerd of aan het bevoegde parlement of de bevoegde parlementen ter stemming wordt voorgelegd (waarbij op afgewezen voorstellen telkens grondige en publiek toegankelijke motivaties volgen).

Waarom geen referenda?

Talloze voorbeelden toonden al aan hoe polariserend en contraproductief referenda kunnen zijn. Ze verengen de complexiteit van een specifiek beleidsdomein steeds tot één misleidend eenvoudige vraag, waar burgers enkel ‘ja’ of ‘nee’ op kunnen antwoorden. Referenda staan haaks op de deliberatieve democratie, die steunt op grondige informatieverstrekking vanuit verschillende invalshoeken en gefaciliteerd overleg binnen een erg diverse groep burgers. De optie van een preferendum - waarbij de bevolking beter wordt geïnformeerd en een brede lijst van stellingen krijgt voorgeschoteld, waarop het kan reageren met een antwoord op het spectrum tussen ‘akkoord’ en ‘niet akkoord’ - is het onderzoeken zeker waard.

Uiteindelijk zullen lobbygroepen toch gewoon de agenda bepalen? Of de regering?

Gelote burgers zijn een stuk moeilijker te beïnvloeden via lobbying dan verkozen politici. Om te beginnen wordt over hun anonimiteit gewaakt gedurende het volledige proces. Eén beïnvloedde stem zou niet zwaar doorwegen; en het is wel erg onwaarschijnlijk dat alle leden rond een bepaald onderwerp beïnvloed zouden worden. Dat zou ook nooit onopgemerkt kunnen gebeuren; er zijn verschillende checks en balances gedurende het hele proces. Het is van het allergrootste belang voor de legitimiteit van het Burgerparlement dat het onafhankelijk opereert van gelijk welke politieke, economische of maatschappelijke speler. De federale regering initieert en financiert het proces, maar speelt geen rol bij de organisatie van het deliberatieve proces, de selectie van het deskundigenpanel of het toezicht. Voor alle duidelijkheid: dat geldt natuurlijk ook voor de burgers achter dit voorstel. Een (professionele) coördinatiegroep, adviesraad, facilitatieteam, legistiek comité en toezichtpanel zorgen samen voor een goede gang van zaken en waarborgen de publieke transparantie, politieke onafhankelijkheid en democratische legitimiteit van het Burgerparlement.

Waarom zouden 101 willekeurige burgers in mijn plaats kunnen beslissen?

Een cruciaal punt. Wat is de democratische legitimiteit van een Burgerparlement? Hoewel de regeringsonderhandelingen van 2019-2020 de legitimiteit van politieke partijen ernstig hebben beschadigd, ziet het gros van de bevolking verkiezingen nog steeds als de enige democratische optie. Ook verkozen politici beslissen in de plaats van anderen. Toch een aantal argumenten om de perceptie tegen te gaan. (a) Onze huidige parlementen zijn niet erg representatief voor de diversiteit van de bevolking. Er zijn veel juristen, en maar weinig arbeiders, boeren en mensen met een migratieachtergrond bijvoorbeeld. (b) Een Burgerparlement haalt legitimiteit uit het systeem van representatieve loting, de inclusiviteitswaarborgen, de checks and balances ingebouwd in de organisatiestructuur, de transparantie van het proces,… (c) Tot slot het argument met de meeste overtuigingskracht: de besluiten van het Burgerparlement worden nog steeds geïmplementeerd of gestemd door verkozen politici.

Is dit geen marginaal idee?

Vormen van burgerparticipatie en overlegmodellen zijn in volle ontwikkeling en worden door velen beschouwd als de toekomst van de democratie. Heel wat landen gingen ons al voor: Frankrijk, Ierland, Zuid-Korea, Australië, Groot-Brittannië,… Zelfs binnen België zijn er belangrijke initiatieven: naast het permanente burgeroverlegorgaan in de Oostkantons, experimenteren zowel de regio’s als verschillende grotere steden. Zij organiseerden burgerparlementen rond uiteenlopende onderwerpen. Vandaag pleiten zelfs The Economist en het OECD - als economisch samenwerkingsverband van rijke landen niet direct een marginale club - voor deliberatieve democratie. Volgens een recente studie van CEVIPOL zou 75,8 % van de Belgen voorstander zijn van een burgervergadering bestaand uit door loting geselecteerde burgers. De regering De Croo I beweert bovendien in haar regeerakkoord in te zullen zetten op ‘democratische vernieuwing’, een bevoegdheid die valt onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken, dat onder leiding staat van Annelies Verlinden (CD&V), en het Ministerie van Landbouw, Middenklasse en Zelfstandigen, onder leiding van David Clarinval (MR).

Hoe omgaan met de Belgische bestuurlijke lasagne?

Ja, in België staat tegenover de complexiteit van de ecologische crisis de complexiteit van de staatsstructuur en bevoegdheidsverdeling. Maar liefst vier ministers gaan hier over klimaatbeleid, negen over volksgezondheid. De Covid-19 crisis confronteerde ons met de onwerkbaarheid daarvan. In het binnenland leidt deze complexiteit niet zelden tot bestuurlijke vertraging of stilstand; op het internationale politieke toneel loopt het imago van ons land telkens averij op wanneer het niet met een eensluidend standpunt aan de onderhandelingstafel verschijnt. Hoewel het Burgerparlement zou geïnitieerd en gefinancierd worden door het federale niveau, stellen wij voor dat elk van de beleidsvoorstellen met genoeg steun onder de leden door de bevoegde regering(en) wordt geïmplementeerd of ter stemming wordt voorgelegd aan het bevoegde parlement of de bevoegde parlementen. Hoewel een verregaand en samenhangend milieubeleid op federaal niveau dient te worden uitgetekend (onder meer omdat dat niveau spreekrecht heeft op het internationale politieke toneel), zorgt de Belgische bestuurlijke realiteit ervoor dat bevoegdheden verdeeld zijn over gemeenschappen, gewesten en het federale niveau. Elk burgervoorstel dient daarom een label mee te krijgen, dat aangeeft binnen welk(e) bestuurlijk(e) kader(s) het dient te worden behandeld (d.w.z. gestemd of geïmplementeerd). Op afgewezen voorstellen volgen telkens grondige publieke motivaties, te bekijken, te beluisteren of na te lezen door alle Vlamingen, Walen, Brusselaars en Duitstalige Belgen. De bevoegde parlementen controleren nadien of de overeenstemmende regeringen de maatregelen naar behoren uitvoeren. Indien een bestuursniveau (omwille van zijn specifieke coalitiesamenstelling) beslist om de voorstellen van de op het federale niveau gelote burgers niet ter stemming voor te leggen aan zijn parlement, zal het aan de huidige en toekomstige generaties zijn om over dat besluit een moreel oordeel te vellen.

Kan ik input geven als ik niet geloot word?

Er is in andere landen al geëxperimenteerd met manieren om als burger input te geven aan een Burgerparlement. Een toegankelijke website zou een goed middel kunnen zijn waarop iedereen ideeën kan aanreiken en gemodereerde discussies kan voeren. Uiteraard zou er op moeten worden toegezien dat zo’n platform niet aan de ziektes lijdt van heel wat sociale media, waar vaak een steekspel van ongeïnformeerde opinies plaatsvindt. En het representatieve karakter van het Burgerparlement dient natuurlijk gewaarborgd: niet iedereen vindt zijn weg online even vlot.

Willen jullie de bestaande parlementen afschaffen?

Nee hoor. Wij stellen niet voor om het ene systeem (met verkozen burgers) te vervangen door het andere (met gelote burgers). Burgerdemocratie is een versterking van verkozen vertegenwoordiging. We vrezen dat het gros van de Vlaamse, Waalse, Brusselse en Belgische burgers het op dat vlak met ons eens zijn na de aanslepende regeringsonderhandelingen van 2019-2020: de Belgische partijpolitiek kan die versterking zeker gebruiken. We geven de bestaande parlementen twee gewichtige taken. Ten eerste: stemmen over de voorstellen van de gelote burgers en indien een voorstel wordt weggestemd, grondig beargumenteren waarom. Ten tweede vragen wij de bevoegde parlementen om de respectieve regeringen regelmatig te controleren op de uitvoering van de aanvaarde voorstellen. Doen zij voldoende om de kansen op de blijvende bewoon- en leefbaarheid van onze leefomgeving te maximaliseren?

Wat is het verschil met de G1000?

De G1000 was een belangrijk experiment ten tijde van de politieke crisis van 2010-2011, toen ons land het wereldrecord regeringsvormen behaalde (541 dagen). Het was iets heel anders dan wat wij voorstellen: het centrale event duurde slechts één dag - wij denken aan een reeks van elf driedaagse sessies gespreid over een jaar, wat absoluut nodig is voor een grondige informatieverstrekking en waardevolle deliberatie. De gelote burgers overlegden toen over uiteenlopende, onderling niet direct verbonden onderwerpen. De focus van het Burgerparlement zou de ecologische crisis zijn. Een kritiek was dat de groep uitgenodigde experten niet evenwichtig genoeg was samengesteld. Wij pleiten voor een ideologisch evenwicht, dat wel rekening houdt met de wetenschappelijke consensus rond de ecologische crisis. Met 700 deelnemers was de G1000 een enorme logistieke onderneming. Voor een goed functionerend burgerparlement heb je helemaal niet zoveel mensen nodig, wij denken aan 101 leden. De G1000 was een grassroots initiatief dat zelf budgetten verzamelde. In ons geval is enkel de campagne grassroots, wij roepen de regering op om het Burgerparlement te initiëren, te financieren én publiek te verdedigen. Dat geeft het Burgerparlement direct meer politieke slagkracht. De G1000 vond 10 jaar geleden plaats. Sindsdien werd heel veel ervaring opgebouwd. De methodologie van burgeroverleg staat ondertussen meer op punt. Het initiatief was vooral een symbolisch statement in 2010-2011. Nu moeten we voorbij de symboliek.

Zouden jullie het Burgerparlement zelf organiseren?

Neen. Om elke schijn van partijdigheid te vermijden, willen de burgers achter dit voorstel zelf geen rol spelen in de organisatie van het hele proces, de selectie van de experten of het toezicht. Het Burgerparlement moet ook zo onafhankelijk mogelijk kunnen opereren van gelijk welke politieke, economische of maatschappelijke speler. Het wordt geïnitieerd en gefinancierd door de federale regering. Een coördinatiegroep, adviesraad, facilitatieteam, legistiek comité en toezichtpanel zorgen samen voor een goede gang van zaken en waarborgen de publieke transparantie, politieke onafhankelijkheid en democratische legitimiteit ervan.

Waarom communiceren jullie niet in het Duits?

Uiteraard willen wij onze Duitstalige landgenoten niet uitsluiten! We kunnen echter niet heiliger zijn dan de Paus, wat dit betreft. Zeker als trekkers van een campagne die letterlijk nul euro kost en steunt op het engagement van vrijwilligers. Hoeveel Belgische websites hebben trouwens een Duitstalige versie, naast een Frans- en Nederlandstalige? Daarom ons bericht aan de inwoners van de Oostkantons: Entschuldigung voor ons taalpragmatisme!

Ik wil meedoen aan de campagne! Wat kan ik doen?

Bedankt! Aarzel niet om over dit voorstel te spreken met vrienden, collega’s, buren, familie. Share, like en retweet onze filmpjes en berichten op sociale media. Op deze website vind je ook de mogelijkheid om tweets en mails te adresseren aan politici naar keuze. Als je gelooft ons op andere manieren te kunnen ondersteunen, stuur dan een mailtje naar [email protected]

Wie heeft deze campagne gefinancierd?

Niemand. Deze campagne kost letterlijk nul euro en steunt op het vrijwillige engagement van velen.

Jullie gaan mijn auto toch niet afnemen?

Wij gaan juist niks doen. Om elke schijn van partijdigheid te vermijden, willen de burgers achter dit voorstel zelf geen rol spelen in de organisatie van het hele proces, de selectie van de experten of het toezicht. Concrete maatregelen worden door het Burgerparlement voorgesteld, waarin burgers zetelen met uiteenlopende profielen en ideologische achtergronden.

Zijn jullie niet gewoon handpoppen van Groen?

Wij zijn een groep burgers die bezorgd zijn om de ecologische crisis, maar hebben geen banden met Groen, Ecolo of gelijk welke andere politieke partij. Elk van ons heeft zijn of haar ideologische voorkeuren, maar dit voorstel wil net iedereen betrekken bij het debat rond de enorme uitdagingen waar de ecologische crisis ons voor plaatst. Zowel links als rechts zullen deze realiteit vroeg of laat onder ogen moeten zien. Een Burgerparlement bestaat uit een groep burgers die representatief is voor de diversiteit van de totale Belgische bevolking. Daardoor zullen de verschillende ideologische strekkingen er aanwezig zijn.

Wat is jullie standpunt inzake… ?

Hoewel de burgers achter dit voorstel elk hun eigen ideologische voorkeuren hebben, nemen wij hier geen standpunten in over concrete beleidskwesties. Wij pleiten enkel voor de waarde van een Burgerparlement, en roepen de politieke wereld op om de wetenschappelijke consensus rond de ecologische crisis ernstig te nemen en beleid uit te voeren dat de planetaire grenzen respecteert. Op dit ogenblik zondigen onze regeringen tegen artikel 7 bis van de Belgische grondwet dat over duurzaamheid en intergenerationele solidariteit gaat. In het verbinden van democratische innovatie en milieubeleid ligt volgens ons een enorme kans. Maar concrete beleidsvoorstellen zouden moeten worden uitgetekend door de gelote leden van het Burgerparlement, niet door ons.

Jullie gaan mij toch niet verbieden vlees te eten?

Wij gaan juist niks doen. Om elke schijn van partijdigheid te vermijden, willen de burgers achter dit voorstel zelf geen rol spelen in de organisatie van het hele proces, de selectie van de experten of het toezicht. Concrete maatregelen worden door het Burgerparlement voorgesteld, waarin burgers zetelen met uiteenlopende profielen en ideologische achtergronden.

Dit voorstel is toch volledig onrealiseerbaar?

Het hangt ervan af over welke ‘realiteit’ je het hebt. De politieke realiteit of de realiteit van de ecologische crisis? In het laatste geval: onze nationale en internationale politici nemen deze nog niet voldoende ernstig, om het zacht uit te drukken. Soms lijkt het wel alsof zij op een andere planeet leven dan die van milieuwetenschappers. Op dit ogenblik zondigen onze regeringen tegen artikel 7 bis van de Belgische grondwet dat over duurzaamheid en intergenerationele solidariteit gaat. Wanneer je het bekijkt vanuit het oogpunt van de huidige Belgische politieke realiteit, dan is een Burgerparlement zeker geen eenvoudige zaak. Heel wat partijen hebben koudwatervrees, ondanks de vermelding van ‘democratische vernieuwing’ als een van de prioriteiten in het regeerakkoord van De Croo I. En toch: we vragen geen grote grondwettelijke omwenteling. We houden net rekening met de bestaande bestuurlijke complexiteit in dit land. In de gedetailleerde, lange versie van ons voorstel kan je nalezen hoe het Burgerparlement precies in zijn werk zou kunnen gaan. Zo’n plan lijkt perfect realiseerbaar. Ook het nodige federale budget voor dit initiatief vrijmaken hoeft niet onoverkomelijk zijn. Als er 46 miljoen euro per jaar naar de Senaat kan gaan, een instelling met nauwelijks nog bevoegdheden, dan zou dit wel moeten lukken, toch?

Hoeveel moet dat kosten?

In Frankrijk kostte een gelijkaardig initiatief, de Convention Citoyenne pour le Climat, 5.431.223 euro. Het budget werd nauwgezet bewaakt door een onafhankelijke controlecommissie, en als volgt besteed: 34% voor begeleiding, omkadering en organisatie, 28% voor onkosten en vergoedingen leden, 16% voor logistiek en onthaal, 9% voor communicatie, 6% voor communicatie met regering, 5% voor lotingskosten, 2% voor onkosten experten. Dat lijkt een groot bedrag maar is behoorlijk weinig gezien het belang van het mandaat van een Burgerparlement rond de ecologische noodtoestand. Ook is het relatief laag in vergelijking met bijvoorbeeld de kostprijs van de Belgische Senaat, een instelling met zo goed als geen bevoegdheden meer en een jaarlijks budget van 46 miljoen euro. Of vergelijk dit met de 70 miljoen euro subsidies die alle Belgische partijen samen jaarlijks ontvangen.

In Frankrijk is een gelijkaardig initiatief toch mislukt?

De Convention Citoyenne pour le Climat was op verschillende vlakken baanbrekend. Het ontwerp van het deliberatieve proces, de financiële en aanvankelijke publieke steun van President Emmanuel Macron, de 149 grondig uitgewerkte voorstellen van de 150 Franse burgers,… Maar inderdaad, de Convention vertoont ook fundamentele gebreken. Macron beweerde eerst de overgrote meerderheid van de voorstellen van de Convention uit te voeren, maar een aantal maanden later blijft van die belofte niet veel overeind, door actieve lobbying en politieke tegenkanting. De leden van de Convention vormden daarom de drukkingsgroep Les 150. Zij hadden in december 2020 een onderhoud met de president na een petitie waarmee meer dan 400.000 burgers hun verontwaardiging uitdrukten over de gang van zaken. Volgens ons toont dit alles aan dat de rol van politici en het brede middenveld daarom van groot belang blijft na een deliberatief proces. Ook lijkt het ons cruciaal dat politici het idee publiek verdedigen tegenover de totale bevolking - met een breed publiek draagvlak voor een Burgerparlement staan ze veel sterker tegenover de macht van een hele kleine minderheid met grote economische belangen.

Zijn er niet al heel veel burgerparticipatieve initiatieven?

Inderdaad, heel wat daarvan zijn erg waardevol. Sommige maken echter geen gebruik van representatieve loting waardoor er een overaanwezigheid is van mensen met veel tijd, wat de diversiteit niet bevordert. Zo’n vorm van burgerparticipatie is contraproductief. De ecologische crisis vraagt daarnaast om een brede, transversale aanpak op verschillende bestuurlijke niveaus mét een langetermijnperspectief. Kleinere, minder zichtbare overlegorganen rond specifieke deelproblemen hebben niet het nodige élan. Tot slot is de macht van veel burgerparticipatieve organen erg gering. In ons plan gaat geen enkel voorstel van de burgers verloren; elk ervan wordt ofwel geïmplementeerd door de bevoegde regering(en), ofwel gestemd in de bevoegde parlement(en). Als een voorstel wordt weggestemd volgt een grondige publieke motivatie.

Gezien de ernst van de ecologische crisis, moeten de experten niet snel aan zet komen?

Dat gaat niet werken. De voorstellen om de milieucrisis te bestrijden zullen een nog grotere impact hebben op ons dagelijks leven dan de voorschriften om het coronavirus het hoofd te bieden. Als die enkel van experten komen, zullen ze niet worden aanvaard door de brede bevolking. Dat zie je met de huidige pandemie ook al. Je moet een democratisch draagvlak hebben. Experten zijn ook maar representatief voor een bepaalde klasse van de bevolking. Hun beslissingen houden niet altijd rekening met levensomstandigheden van mensen die in een heel andere context leven. Het beste voorbeeld zijn de Gele Hesjes. Het feit dat een president op voorstel van experten een CO2-taks doorvoert maar daarbij geen rekening houdt met het feit dat veel mensen op het platteland hun auto dagelijks nodig hebben, heeft geleid tot hun volledig terechte protest.

Spreekt uit jullie voorstel geen te groot vertrouwen in de burger?

Inderdaad, er spreekt een groot vertrouwen uit. In die zin is het een heel positief voorstel. Is het vertrouwen té groot? Neen, het is geen wensdenken. Buitenlandse voorbeelden tonen aan dat burgers de verantwoordelijkheid die ze in zo een Burgerparlement krijgen heel ernstig nemen. In Frankrijk hielden de leden van de Convention Citoyenne pour le Climat tussen de verschillende sessies door contact met elkaar, voerden ze informatiecampagnes in eigen stad. En in het katholieke Ierland was er decennia lang geen enkele politieke partij die haar nek wou uitsteken voor de legalisering van abortus. Uiteindelijk is daar een burgerassemblee tot een consensus gekomen dat in een referendum aan de bevolking werd voorgelegd, en daar is abortus nu legaal.

Is een Burgerparlement geen verkapte technocratie?

De gelote burgers worden bij aanvang inderdaad goed geïnformeerd. Dat onderscheidt een burgerparlement van een referendum. Hebben we daarom direct met een ‘technocratie’ of ‘expertocratie’ te maken? Neen. Ten eerste zijn de experten niet louter wetenschappers, ook ervaringsdeskundigen. Naast de milieuwetenschapper komt ook de boer aan het woord die al de gevolgen van de klimaatcrisis voelt. Ten tweede: in tegenstelling tot een technocratisch bestuur zijn het niet de experten die beleidsvoorstellen doen, maar de gelote burgers.

Wie gaat dat betalen?

De federale staat. In Frankrijk werd de Convention Citoyenne pour le Climat geïnitieerd door president Emmanuel Macron en gefinancierd door de Franse schatkist. Om een idee te krijgen van de financiële ordegrootte kunnen we leren van de Franse Convention. De hele operatie kostte in totaal 5.431.223 euro. Voor de realisatie van het Burgerparlement in ons land denken wij aan een iets duurdere som, omwille van de vertaalkosten en langere duur. Al bij al is het een relatief lage kost gezien het belang van het mandaat ervan. Wij stellen voor om het benodigde bedrag op de Belgische Senaat te verhalen, een instelling met zo goed als geen bevoegdheden meer en een jaarlijks budget van 46 miljoen euro.

Het ‘gewone’ parlement is toch ook een ‘burgerparlement’?

Aha, touché! Ja, dat klopt. Politici zijn ook burgers! Toch zijn er cruciale verschillen tussen een parlement met verkozen burgers en één met gelote leden. Het tweede is een stuk representatiever voor de diversiteit van de bevolking. Veel arbeiders en boeren zitten er niet op het pluche van het gemiddelde parlement. (Welk parlement ter wereld kan beweren dat het 29% praktisch geschoolde leden telt, zoals de Franse Convention Citoyenne pour le Climat?). Ook zijn de gelote burgers niet verenigd binnen een partijlogica. Ze hoeven niet de richtlijnen van hun partijkaders te volgen. Ook hoeven ze de scherpe, gemediatiseerde ideologische strijd niet met elkaar aan te gaan. Wanneer ze kennismaken met de belangen en perspectieven van de vele andere deelnemers, worden ze diplomatischer en een stuk minder ideologievast, zo blijkt uit eerdere burgerparticipatieve initiatieven. Het overstijgen van de politieke polarisering zorgt voor efficiëntere en dus snellere besluitvorming. Tegenover de logica van de competitie stellen burgerparlementen die van de democratie als samenwerking.

Is het Burgerparlement wel inclusief genoeg?

Goede vraag. Ondanks het representatieve lotingssysteem zijn er belangrijke participatiedrempels. De financiële drempel wordt weggenomen met dagvergoedingen, transportvergoedingen en accommodatie. Er wordt voorzien in kinderopvang, hulp bij ouderenzorg, zorg voor familieleden met een beperking,… Waar nodig (neem bvb leerkrachten) wordt vervanging mee gefaciliteerd. Daarnaast zijn er ook verbale drempels: sommige burgers kunnen zich, dankzij hun opleiding, favorabele sociale leefomstandigheden of extravertere karakter, vlotter publiek uitdrukken dan anderen. Een korte training in het leren spreken én het leren luisteren in groep kan de bestaande verschillen ondervangen, samen met een zorgzame moderatie van elk groepsgesprek.

Hebben vakbonden, en het middenveld in het algemeen, dan niks meer te zeggen?

Zeker wel! Naast de vertegenwoordiging via verkozen politici blijven ook andere vormen van vertegenwoordiging van het grootste belang. De stem van vakbonden en andere middenveldorganisaties kan aan bod komen in de beginfase van het deliberatieve proces, naast die van klimaatwetenschappers, ecologen, juridische experts, journalisten, activisten, architecten, vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, de bouw-, landbouw- , energie-, transport- en mobiliteitssector, van ministeries, de ambtenarij, etc. Tijdens de eerste sessies van het Burgerparlement worden de gelote burgers immers geïnformeerd door een brede waaier experten en belanghebbenden. Maar veruit de belangrijkste rol voor vakbonden en middenveldorganisaties is weggelegd na het afsluiten van de werkzaamheden van het Burgerparlement. Zij dienen er mee op toe te zien dat de voorstellen van het Burgerparlement voldoende impact hebben op het reële beleid.

Een Burgerparlement is toch niet echt representatief?

Bij de loting van de leden van een Burgerparlement wordt rekening gehouden met demografische criteria zoals gender, leeftijd, opleidingsniveau, socio-professionele categorieën, geografische spreiding, type woongebied, etc. Dat maakt het alvast een stuk representatiever voor de diversiteit van de bevolking dan het gemiddelde parlement. Zo is één vijfde van de kamerleden jurist, terwijl minder dan 1% van de Belgen dat is. Veel arbeiders en boeren zitten er niet op het pluche. Welk parlement ter wereld kan beweren dat het 29% praktisch geschoolde leden telt, zoals de Franse Convention Citoyenne pour le Climat? Het te nauwe spectrum van kennis en levenservaringen in de bestaande parlementen is nefast voor de democratie. Slimme loting zorgt voor meer representativiteit, breder gedragen beleidsvoorstellen en dus meer legitimiteit.

Ik wil meedoen aan het Burgerparlement! Waar schrijf ik me in?

Blij dat je zo enthousiast bent! Maar sorry… Je kan je er niet voor inschrijven. Om partijdigheid te voorkomen, en ervoor te zorgen dat het parlement bestaat uit een dwarsdoorsnede van de bevolking van ons land, worden leden geloot uit de totale bevolking (rekening houdend met demografische criteria als gender, leeftijd, opleidingsniveau, etc.)

Hoe kan je als burger worden geloot?

Een lotingsproces neemt ongeveer zes weken in beslag. Eerst wordt een grote database van inwoners van België geïdentificeerd. Een aantal mensen wordt willekeurig uit de database geselecteerd en telefonisch en per brief uitgenodigd. De uitnodiging legt de taak van het Burgerparlement uit en geeft informatie over data, locatie, accommodatie, honorarium en beschikbare ondersteuning voor reizen en zorgverantwoordelijkheden. De groep van mensen die ingaan op de uitnodiging wordt vervolgens stelselmatig aangevuld met nieuwe willekeurige steekproeven. Daarbij wordt rekening gehouden met demografische criteria zoals gender, leeftijd, opleidingsniveau, socio-professionele categorieën, geografische spreiding, type woongebied, etc.

Contacteer je vertegenwoordigers

Neem deel aan onze campagne! Stuur een mail naar jouw vertegenwoordiger of een tweet naar onze nieuwe ministers.